|
Na korte tijd als violist werkzaam geweest te zijn in Weimar, wordt Bach
organist in Arnstadt (1703), gevolgd door eenzelfde positie in Mühlhausen
(1707). Inmiddels is hij getrouwd met zijn achternicht Maria Barbara. Uit deze
tijd stammen Bachs eerste composities van betekenis mede beïnvloed door een
reis naar Lübeck waar hij Buxtehude aan het werk hoort. Na een jaar keert Bach
terug naar Weimar, eerst als organist/violist later als concertmeester. Hij
componeert er een groot deel van zijn orgelwerken.
Interne conflicten doen Bach uitwijken naar Köthen waar hij tussen 1717 en 1723
kapelmeester aan het hof is. Hij schrijft voornamelijk wereldlijke instrumentale
werken voor concerten en hoffeesten. In deze tijd ontstaan de Vioolconcerten, de
Sonates en suites voor soloviool, de Cellosuites en de Franse en Engelse suites
voor klavecimbel. Bach is inmiddels uitgegroeid tot een klaviervirtuoos die
bekend staat om zijn verbluffende improvisaties. Zijn eerste vrouw, bij wie hij
zeven kinderen heeft, sterft in 1720. Een jaar later hertrouwt Bach met Anna
Magdalena bij wie hij nog eens dertien kinderen krijgt. Tien kinderen sterven op
jonge leeftijd.
In 1723 wordt Bach, zij het als derde keus, aangesteld als cantor van de
Thomaskerk in de vooraanstaande stad Leipzig. Hij is verantwoordelijk voor het
componeren en uitvoeren van de kerkmuziek in de stad. Bach geeft ook les aan de
leerlingen van de Thomasschool die in ruil voor kost en inwoning zingen in het
kerkkoor. De wisselende bezetting en het bedenkelijke muzikale niveau van koor
en orkest leveren problemen op bij de uitvoering van Bachs gecompliceerde
muziek. De conflicten zijn dan ook talloos. In deze tijd ontstaan, naast vijf
jaargangen cantates, religieuze meesterwerken als de Johannes Passion, de Matthäus
Passion, het Weihnachtsoratorium en de Hohe Messe. Ondanks de enorme werkdruk
ziet Bach kans instrumentale muziek te schrijven zoals het tweede deel van het
Wohltemperierte Klavier, de Goldbergvariaties en de contrapuntische
meesterwerken Das Musikalische Opfer en Die Kunst der Fuge. Aan het eind van
zijn leven raakt Bach blind en hij sterft in 1750 op 65-jarige leeftijd aan een
beroerte. Zijn werk raakt al snel in vergetelheid tot in 1829 Felix Mendelssohn
een uitvoering van de Matthäus Passion organiseert en daarmee de herwaardering
van Bach in gang zet. Tegenwoordig wordt Bach algemeen erkend als een van de
grootste componisten die ooit geleefd hebben.
Bachs muziek behoort tot de Barok. De term is afkomstig uit de beeldende kunst
en betekent onder andere ‘onregelmatig gevormde parel’ maar ook ‘zotte
grilligheid’. In de muziek vindt dit zijn weerslag in de overdaad aan
versieringen. De barokmuziek kon gedijen door de bloeiende muziekcultuur aan
diverse Europese vorstenhoven en in grote kerken. De periode begint rond 1600
met de opkomst van de monodie, een eenstemmige melodie met continuo
akkoordbegeleiding. Typisch voor de Barok zijn verder beweeglijke melodieën,
motiefherhaling op verschillende toonhoogtes, dansritmes, sterke
contrastwerkingen, meerstemmigheid op een harmonische basis, instrumentale
vormen als het concerto grosso en de suite, en een specifiek instrumentarium.
Bach kan nauwelijks een vernieuwer genoemd worden. Bij hem komen eerder alle
verworvenheden uit de Barok, met uitzondering van de opera, in overtreffende
trap samen. Niet voor niets laat men de Barok eindigen bij Bachs dood in 1750.
Gedurende zijn hele carrière ondergaat Bach een veelheid aan muzikale
invloeden. In zijn werk weet hij de verschillende Duitse stromingen alsook de
Franse en Italiaanse stijl van zijn tijd samen te smeden tot een geheel dat deze
invloeden verraadt maar tegelijkertijd onmiskenbaar een heel eigen stempel
draagt. Daarnaast is Bach de meester van het contrapunt. Het samengaan van
meerdere, zelfstandige stemmen in zijn fuga’s behoren tot de meest complexe en
ingenieuze staaltjes van deze kunst. Bachs doorwrochte en expressieve
composities worden verder gekenmerkt door groot vakmanschap, originele melodieën,
stuwende ritmiek, harmonische inventiviteit en het ver doorvoeren van kleine
motiefjes met tegelijkertijd een totale beheersing van de grote vorm. Zijn
interesse in de liturgie leidt tot de verregaande relatie tussen tekst en muziek
waarvan de Johannes Passion een schoolvoorbeeld is.
|